Jeugdplan Zuid Arnhem

Jeugdplan Zuid Arnhem

Jeugdplan A.S.V. Zuid Arnhem

 

1. Structureren

  • Visie/ambitie van de vereniging
  • Omgangsnormen en waarden binnen de vereniging (zie bijlage)
  • Afspraken tussen kader, ouders en kinderen en verantwoordelijkheden (zie bijlage)

 

2. Stimuleren

  • Richtlijnen voor kader om zelfvertrouwen van spelers te vergroten

 

3. Individuele aandacht geven

  • Richtlijnen voor kader om het doorzettingsvermogen te verbeteren

 

4. Regie overdragen

  • Richtlijnen voor kader om spelers zelfstandiger en gezamenlijk te laten functionering

 

Bijlage:

  • Richtlijnen van vanuit de vereniging (omgangsnormen/waarden, afspraken en verantwoordelijkheden)
  • Ontwikkeling speler:

-       Techniek

-       Tactiek

-       Mentaal

-       Fysiek

 

1. Structureren

Zuid Arnhem staat voor VOETBALLEN MET PLEZIER!

 

Om te kunnen voetballen met plezier zal je als kind een aantal vaardigheden moeten leren. Bij Zuid Arnhem richten we ons op het aanleren of verbeteren van deze vaardigheden en het plezier wat je daarbij hoort te beleven. Het belangrijkste is het proces om met zoveel mogelijk plezier het spelletje voetbal te spelen samen met anderen, plezier is daarbij belangrijker dan winnen!

 

Hierdoor hopen we een goede sfeer binnen de vereniging te creëren waar binnen het kind de mogelijkheid krijgt zich verder persoonlijk te ontwikkelen. Daarnaast proberen we het kind een goed gevoel te geven waardoor hij/zij het plezier in voetballen blijft behouden en ook als senior graag bij Zuid Arnhem wil blijven voetballen of een andere rol binnen de vereniging wil vervullen.

 

Hoe vertalen we onze visie naar handelingen:

 

Voetballen met plezier door intrinsieke motivatie:

1. zelfvertrouwen vergroten dmv positieve coaching en succes belevingen

2. doorzettingsvermogen verbeteren door te motiveren op plezier, ontwikkeling en competitie en zo gestelde doelen te behalen

3. stimuleren van teamplayer zijn met de nadruk op sportief gedrag

 

2. Stimuleren

 

Taak is om het beste uit een speler te halen in combinatie met het team.

 

De ontwikkeling van de speler in samenwerking met het team staat centraal. Bij wedstrijden is winnen niet het doel maar een prestatie leveren (je best doen), winnen kan bijdragen tot het plezier maar dit mag niet ten koste gaan van de ontwikkeling. Never let the pressure defeat the pleasure!

 

Vanuit de vereniging zijn er basisregels waar kind/ouder zich aan moeten houden. Daarop volgend is het de uitdaging van de trainer/coach om het kind met behoud van zijn motivatie zich verder te laten ontwikkelen. Niet de trainer/coach bepaald het te volgen proces maar de speler en de trainer/coach zal hierop moeten anticiperen. De coach is de leerling en het team/de spelers de universiteit. Trainers kunnen bepalen dat spelers moeten hardlopen maar hoe hard ze lopen bepalen ze zelf.

 

Uitgangspunt is dat door de aanwezige kwaliteit verder te ontwikkelen, de mindere vaardigheden vanzelf beter worden. Nadruk op positief coachen omdat dan naast de reeds aanwezige kwaliteit ook de nog wat minder ontwikkelde kwaliteiten sneller zullen verbeteren dan wanneer de nadruk ligt op negatief coachen op tekortkomingen. Vertellen wat kinderen wel moeten/hadden moeten doen ipv wat ze niet moeten/hadden moeten doen. Het beste is vooraf kinderen na te laten denken over wat ze moeten gaan doen. Voorbeeld: Keeper die op de doellijn staat en blijft staan terwijl op een diepte pass de spits alleen op hem afkomt en scoort. Reactie coach is vaak, je had uit moeten komen. Eigenlijk is de coach degene die de fout maakt. Voordat de diepte pass gegeven werd had de coach al aan de keeper moeten vragen, waar kun je het beste gaan staan? Met daarbij als richtlijn voor de coach, kinderen zonder bal zijn beter te beïnvloeden dan kinderen aan de bal. Dus kijk ook regelmatig naar waar de bal niet is. Geef deze kinderen ook positieve feedback op hun handelingen.

 

Nog een voorbeeld hoe een trainer/coach met een probleem om kan gaan.

Een speler pingelt te veel, de trainer/coach kan hem verbieden om te pingelen en hem op zijn kop geven als hij het toch doet (trainer bepaald proces). Gevolg is dat de speler bang wordt zodra hij de bal krijgt en hem zo snel mogelijk afspeelt. Dit draagt niet bij aan zijn plezier en ontwikkeling. Taak van de trainer/coach is dmv uitleg waarom het soms beter is om over te spelen en op de momenten dat hij dit gaat doen hem duidelijk belonen dmv positieve coaching op de keuze (uitvoering minder belangrijk) die hij gemaakt heeft. Op momenten dat hij het niet doet normaal blijven coachen en vragen waarom hij niet overspeeld. Er kan een punt komen dat de trainer niet meer vriendelijk kan blijven maar dat hij dwingender/strenger het kind zal moeten benaderen maar dat is alleen als voorgaande niet werkt.

 

Om een kind te kunnen beïnvloeden zal er wel een goede relatie moeten zijn. Omdat kinderen verschillen van elkaar en zich anders gedragen zal de omgang hiermee ook verschillen. Hier onder een aantal kenmerkende verschillen in het gedrag van kinderen waar een trainer/coach rekening mee kan en moet houden.

 

3. Individueel aandacht geven

 

Motivatie gekoppeld aan ontwikkeling (verbeteren)

-       intrinsiek: wat vind jezelf leuk. Belangrijk om dit te stimuleren.

  • ergens goed in willen zijn
  • ergens in ontwikkelen, beter worden
  • ergens een bijdrage aan willen leveren, waardering krijgen, teamprestatie

 

-       extrinsiek: geprikkeld door dingen buiten jezelf om, euro voor winst, stoer doen voor vrienden

 

Koppeling met hoe kinderen kijken naar dingen/ontwikkeling/prestatie

  • Growth mindset: gericht op ontwikkeling, fout is minder erg, in de toekomst anders, uitleg geven, sturen, begeleiden naar verandering. Belangrijk om dit te stimuleren.
  • Fixed mindset: kijkt naar perfecte plaatje, indien niet volbracht erg teleurgesteld, moeilijk te accepteren, verdraaid de waarheid, verandering moeilijk opgang, confronterende manier duidelijk maken

Mbt actie (rekening houden met verwachtingen en invulling positie)

  • Passief – terughoudend, afwachtend
  • Actief – bezig, reageert op
  • Proactief – vooruit denkend, anticiperen

Mbt communiceren (ruimte geven aan introverte speler)

  • Extravert – is snel met uit zichzelf vertellen of verbaal reageren
  • Introvert – heeft tijd nodig om na te denken wat te gaan zeggen, niet snel uit zichzelf vertellen of reageren

Mbt motieven (gebruiken om te motiveren en aanspreken op)

  • Gedreven om te presteren/winnen
  • Plezier in het spel en mooie acties

 

De uitdaging is om bij kinderen een bepaalde overlap te creëren. Dit is mogelijk als het kind zich prettig voelt vanuit zijn voorkeursgedrag. Daarnaast kan een valkuil/tekortkoming omgezet worden naar een kwaliteit. Bijvoorbeeld. Een speler die bang is voor de bal/ het duel zal passief/terughoudend ogen in het ondernemen van actie maar is wel proactief/vooruit aan het denken waar de bal zal gaan komen. Wanneer angst weg is, zal de speler eerder de juiste positie kiezen. Een ander voorbeeld. Een speler die vanuit het plezier speelt zal op belangrijke momenten niet de druk voelen van het presteren/winnen. Hierdoor kan deze spelers wel waardevol zijn bij het beslissen van wedstrijden

 

4. Regie overdragen

 

Verschil trainer - coach

  • Trainer voor aanleren vaardigheden/handelingen, vooral bezig met wat er gebeurt, organisatie en verloop van een oefening, training.
  • Coach voor keuzes maken wanneer vaardigheden/handelingen toe te passen, vooral bezig met hoe is de uitvoering van de keuze en handelingen en waarom.

Beide zullen ze moeten kijken naar aanwezige kwaliteiten en potentiële mogelijkheden in de toekomst, niet allen naar functioneren en fouten in het verleden. Spelers leren optimaal gebruik te maken van aanwezige kwaliteiten en zelfvertrouwen vergroten. Maximale uit speler halen - geeft optimale prestatie - in combinatie met team - hoogst haalbare resultaat

 

Richtlijnen coach:

  • Spelers bewust maken van het waarom (van iets/doelstelling)
  • Spelers verantwoordelijk maken voor eigen en/of nog uit te voeren handelingen, gedrag
  • Spelers laten leren te leren van eigen goede en foute keuzes

Dit zal vooral gebeuren door middel van vragen te stellen, hoe meer kennis je zelf inbrengt hoe afhankelijker spelers worden. Doel van opleiden, spelers zoveel mogelijk onafhankelijk maken in het veld en wederzijdse afhankelijkheid van teamgenoten laten inzien. Kunst voor de coach is om spelers te laten zeggen/antwoorden te geven wat je eigenlijk duidelijk wilt maken, hierdoor krijgen ze zelf het inzicht.

Het is moeilijker om te stoppen met aanwijzingen te geven/voorzeggen wat te doen, dan te beginnen met coachen.

Leren

Uitgelegd

+ voorgedaan

+ zelf ervaren

Herinneren na 3 wkn

70%

72%

85%

Herinneren na 3 mnd

10%

32%

65%

 

 

 

 

Principe Roos van Leary (model als handvat voor onderscheiden en keuze van gedrag)

Er zijn twee uiterste van vertoond gedrag waardoor mensen bepaald tegengedrag vertonen.

Bij het vertonen van:

tegen-gedrag (voor eigen belang) zal de ander ook tegen-gedrag vertonen

samen-gedrag (team belang) zal de ander ook samen-gedrag vertonen

boven-gedrag (leiden) zal de ander onder-gedrag (volgen) vertonen

onder-gedrag (volgen) zal de ander boven-gedrag (leiden) vertonen

 Het gedrag van de trainer/coach zal grotendeels samen-onder-gedrag moeten zijn om de spelers samen met trainer/coach en team zich te ontwikkelen op een manier dat ze zelf op het veld gaan “leiden” beslissingen gaan nemen ipv “volgen” dat de trainer/coach alles moet voorzeggen.

 
Vragenderwijs

Van alles waar je zelf antwoord op geeft (over nagedacht hebt), onthoud je veel meer dan wanneer je iets verteld wordt (instructies). Dit kan soms wat meer tijd kosten en wat onrust geven bij de uitleg, maar zal tijdens oefening/wedstrijd meer voordeel opleveren. Voorbeelden:

-       dribbelen of drijven, als je veel ruimte hebt, kun je het beste?

-       binnenkantvoet of wreeftrap, wanneer je over wilt spelen gebruik je?

-       keeper gaat uitnemen, hoe team opstellen, waar ga je staan?

-       door het midden of over de zijkant opbouwen/aanvallen, gevaar/voordeel is?

 

Meer waarneemopdrachten ipv taakopdrachten om spelers zelf te laten denken.

Voorbeelden:

-       kijken, wie staat er vrij? – ipv – schiet naar Coen!

-       welke tegenstander kun je het beste dekken? – ipv – ga bij nr.10 staan!

-       waar ligt de ruimte om vrijlopen? – ipv – ga diep!

 

Voetbal is emotie

Een speler is op zijn best als hij zo veel mogelijk vanuit zijn eigen emotie kan spelen – niet na te denken – vrij in zijn hoofd – in een flow – gefocust op het spel – handelen vanuit zijn waarnemingen – volledige concentratie. Veel coachen op concentratie!



Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!